Klimaat kuststrook Griekenland en Griekse
eilanden
Alle Griekse eilanden en de kuststrook van het vaste land inclusief
de Peloponnessos hebben een Mediterraan klimaat; zachte vochtige
winters en lange hete, droge zomers. De Mediterrane regio is een
overgangsregio; in de winter staat het gebied onder invloed van de
westcirculatie terwijl in de zomer het gebied onder invloed van het
Azorenhoog ligt.
Alhoewel ook gedurende de zomermaanden af en toe een bui kan
ontstaan, doet het natte winterseizoen vrij plotseling zijn intrede,
over het algemeen eind oktober. In oktober verliest het Azorenhoog
haar invloed waarna frontale systemen vanuit het noorden, met
daarachter koele luchtmassa's, het gebied bereiken. Boven het
relatieve warme zeewater (zelfs in januari is de zeewatertemperatuur
enkele graden hoger dan de gemiddelde luchttemperatuur) geeft dit
aanleiding tot een onstabiele atmosfeer en buienvorming waarbij in
de berggebieden de neerslag vaak door gedwongen stijging wordt
versterkt.
De gemiddelde temperatuur in januari bedraagt in de Mediterrane
regio 9-12 graden (van noord naar zuid). De gemiddelde
maximumtemperatuur ligt in januari rond 13-15 graden. Soms komt de
temperatuur boven de 20 graden. Vorst komt -aan de kusten- van de
zuidelijke eilanden niet of nauwelijks voor. Op de eilanden meer
naar het noorden en langs de kusten van het vasteland komt het soms
tot minima onder 0 (De laagste temperatuur ooit in Athene gemeten
bedroeg -5,7 graden Celsius (februari)). Sneeuw is een zeldzaamheid
en komt soms voor bij uitbraken van Arctische lucht. Het aantal
dagen met neerslag per jaar in het gebied is erg variabel, maar in
het winterseizoen komt het ruwweg op 10-17 dagen per maand tot
neerslag.
De "zomerperiode" begint in Griekenland vaak al
in maart maar kent tot in mei vele onderbrekingen veroorzaakt door
het langstrekken van depressies. Vanaf maart komt de
luchttemperatuur uit boven die van het zeewater, wat een
stabiliserend effect heeft. Geleidelijk breidt het Azorenhoog haar
invloed uit terwijl het Euro-Aziatische hoog in betekenis afneemt.
Vanaf half mei is het weer meestal stabiel en zomers. De gemiddelde
maximumtemperatuur ligt op veel stations op de eilanden en langs de
kust in juli en augustus net boven de 30 graden Celsius. Er zijn
temperaturen gemeten tot boven de 40 graden Celsius. Het aantal
dagen met neerslag neemt af tot 0 of hooguit 1 of 2 per maand in
juli en augustus. Juli is de zonnigste maand met op veel plaatsen
maar liefst zo'n 360 tot 390 uren zonneschijn.
Beste tijd voor een bezoek
Gedurende de winter zijn de meeste hotels en appartementen gesloten.
In de hoogzomer is het heet en droog, de natuur is verdord. Fijn
voor een strandvakantie, maar als je meer wilt is deze periode niet
aan te raden. De beste periode voor een actieve (wandel)vakantie is
mei-juni. Het weer is stabiel en aangenaam en de natuur laat zich
van zijn mooiste kant zien (groen en ontelbare bloemen).
Lente op Samos
Klimaat binnenland Griekenland
De vele berggebieden in het binnenland hebben een tamelijk complexe
uitwerking op het klimaat. Sommige streken (leizijde) zijn in het
winterhalfjaar droog, andere door stuwingseffecten juist nat. In de
berggebieden (vooral in het noorden) ligt de gemiddelde temperatuur
in januari onder 0 en daar valt volop sneeuw.
Er zijn zelfs enkele wintersportgebieden. In het hele binnenland,
ook buiten de berggebieden, kan het zo af en toe vriezen, in de
noordelijke helft soms zelfs streng. In juli en augustus ligt de
gemiddelde maximumtemperatuur in de lagere delen van het binnenland
rond de 34 graden. Er zijn temperaturen gemeten tot 45 graden
Celsius.
Klimaatfluctuatie, verandering
Klimaatmodellen geven aan dat de verwachtte temperatuurstijging
gecombineerd met een netto hogere verdamping in het zuiden van
Europa kan leiden tot een korter groeiseizoen (Milieuverkenning 5).
Hogere temperaturen zouden er in de toekomst wel een toe kunnen
leiden dat minder mensen de populaire vakantiegebieden aan de
Middelandse zee zullen bezoeken, dit vanwege het simpele feit dat
het er niet meer aangenaam is.
In de afgelopen jaren is het vrijwel overal in Europa warmer
geworden. Alleen Zuidoost-Europa was kouder. Het tijdvak 1981-1990
was gemiddeld over Europa 0,2 tot 0,5ºC warmer dan de dertig jaar
daarvoor. In Griekenland werd het zo'n 0,2ºC kouder. De hoeveelheid
neerslag is in het grootste deel van Noord- Europa in het tijdvak
1981-1990 ten opzichte van 1951-1980 met ongeveer 20% toegenomen.
Sommige gebieden in Zuid-Europa, waaronder Griekenland, kregen
echter zo'n 20% minder neerslag (bron: KNMI website). Dit alles
wordt voornamelijk toegeschreven aan de langdurige positieve fase
van de NAO, waarvan wordt verondersteld dat dit hoogstwaarschijnlijk
een natuurlijke fluctuatie is.